Kunstenaar Maria Roosen (1957) werkt met verschillende materialen, waaronder glas, hout en aquarel.

Ze wordt geïnspireerd door thema’s als lichamelijkheid, groei en verval, vruchtbaarheid en de dialoog tussen wat traditioneel wordt gezien als het mannelijke en vrouwelijke. In het maakproces werkt Roosen nauw samen met verschillende Europese glasblazers. Het ontstaan van de vormen verloopt organisch en komt samen tot, zoals Roosen dat beschrijft, ‘gestolde energie’. Samen met kunstenaars Marlene Dumas en Marijke van Warmerdam vertegenwoordigt Roosen in 1995 Nederland op de Biënnale van Venetië, een van de meest vooraanstaande tweejaarlijkse internationale tentoonstellingen van hedendaagse kunst.