Dwarsfluit

Richard Haka, ca. 1680

Deze driedelige traverso is vervaardigd uit Europees buxushout en voorzien van één messing klep. De constructie combineert kenmerken die zowel met renaissancefluiten als met vroege baroktraverso’s worden geassocieerd. Het instrument bestaat uit drie delen, het kopstuk heeft geen afzonderlijke einddop, de boring van het middenstuk is slechts licht conisch en het kopstuk is opvallend lang in verhouding tot het middenstuk. Het mondgat is licht ovaal, waarbij de grootste diameter dwars op de lengteas van de fluit ligt. Het instrument is uitzonderlijk goed bewaard gebleven en is nog steeds bespeelbaar. Door deze ongebruikelijke combinatie van kenmerken blijven de precieze typologische classificatie, stemming en oorspronkelijke functie van het instrument onderwerp van discussie. Het is geïnterpreteerd als een alttraverso in B, een kleine terts lager dan een traverso in D bij een referentiestemming van ongeveer a = 440 Hz. Een andere interpretatie beschouwt het als een tenorfluit die volgens de principes van de renaissancefluiten in D was gedacht, wat overeenkomt met een aanzienlijk lagere referentiestemming van ongeveer a = 370 Hz. Wanneer het instrument met renaissancegrepen wordt bespeeld, blijkt de intonatie opmerkelijk goed te functioneren. Dit ondersteunt de mogelijkheid dat het instrument, ondanks zijn driedelige constructie en klep, in belangrijke opzichten de tonale logica van de renaissancefluit heeft behouden.

  • Soort kunstwerkfluit, blaasinstrument, muziekinstrument, dwarsfluit
  • ObjectnummerBK-2023-24-19
  • Afmetingenlengte 765 mm (Sounding length: 694 mm (met greep 1 2: 367 Hz)) x diameter 29,7 mm (Boring (max bovenin, minimum op overgang naar voetje, einde boring): 19.2 - 16.6 - 14.5 mm; buitendiameter bij mondgat: 29.7 mm; afmeting mondgat: 9.0x8.5 mm (kleinste maat in lengterichting))
  • Fysieke kenmerkenbuxushout en messing

Identificatie

  • Titel(s)

    Dwarsfluit

  • Objecttype

  • Objectnummer

    BK-2023-24-19

  • Beschrijving

    Deze driedelige traverso is vervaardigd uit Europees buxushout en voorzien van één messing klep. De constructie combineert kenmerken die zowel met renaissancefluiten als met vroege baroktraverso’s worden geassocieerd. Het instrument bestaat uit drie delen, het kopstuk heeft geen afzonderlijke einddop, de boring van het middenstuk is slechts licht conisch en het kopstuk is opvallend lang in verhouding tot het middenstuk. Het mondgat is licht ovaal, waarbij de grootste diameter dwars op de lengteas van de fluit ligt. Het instrument is uitzonderlijk goed bewaard gebleven en is nog steeds bespeelbaar. Door deze ongebruikelijke combinatie van kenmerken blijven de precieze typologische classificatie, stemming en oorspronkelijke functie van het instrument onderwerp van discussie. Het is geïnterpreteerd als een alttraverso in B, een kleine terts lager dan een traverso in D bij een referentiestemming van ongeveer a = 440 Hz. Een andere interpretatie beschouwt het als een tenorfluit die volgens de principes van de renaissancefluiten in D was gedacht, wat overeenkomt met een aanzienlijk lagere referentiestemming van ongeveer a = 370 Hz. Wanneer het instrument met renaissancegrepen wordt bespeeld, blijkt de intonatie opmerkelijk goed te functioneren. Dit ondersteunt de mogelijkheid dat het instrument, ondanks zijn driedelige constructie en klep, in belangrijke opzichten de tonale logica van de renaissancefluit heeft behouden.

  • Opschriften / Merken

    stempel: ‘R HAKA’ Stempel: R HAKA, in wimpelband, met eronder het bekende brede model fleur de lis. Het stempel op het voetje zit iets scheef ten opzichte van de klep.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    muziekinstrumentbouwer: Richard Haka, Amsterdam

  • Datering

    ca. 1680

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    buxushout en messing

  • Afmetingen

    lengte 765 mm (Sounding length: 694 mm (met greep 1 2: 367 Hz)) x diameter 29,7 mm (Boring (max bovenin, minimum op overgang naar voetje, einde boring): 19.2 - 16.6 - 14.5 mm; buitendiameter bij mondgat: 29.7 mm; afmeting mondgat: 9.0x8.5 mm (kleinste maat in lengterichting))


Toelichting

  • Dit uitzonderlijk goed bewaarde instrument is mogelijk een van de vroegst overgebleven enkelvoudig geklepte traverso's die in Europa zijn gemaakt.


Verwerving en rechten

  • Credit line

    Schenking van de Ehrenfeld Foundation

  • Verwerving

    schenking 2024-01-10

  • Copyright


Documentatie

    • Ardal Powell and David Lasocki, 'Bach and the Flute: The Players, the Instruments, the Music', Early Music , vol. 23, No. 1, Feb. 1995, p. 9-29: 14, 21
    • Giovanni Paolo Di Stefano, 'The Ehrenfeld Collection of Flutes at the Rijksmuseum', in Prospects and Challenges of Museum Accessibility, Diversity, and Equity. Proceedings of the 62nd Annual ICOM–CIMCIM Conference, 30 August–1 September 2023, Rijksmuseum, Amsterdam and Speelklok Museum, Utrecht, The Netherlands, eds M. Martens, S. Deters, and G. P. Di Stefano, 2025, p. 142-146
    • Jan Bouterse, 'Traverso's spelen, bouwen en ontwerpen - deel 5: de flauto d'amore', Bouwbrief 148 - februari 2013, p. 10
    • Kate Clark, Amanda Markwick, The Renaissance Flute: A Contemporary Guide, Oxford, OUP, 2020, p. 219-226
    • Jan Bouterse, Nederlandse houtblaasinstrumenten en hun bouwers, 1660-1760, Utrecht 2001
    • Giovanni Paolo Di Stefano, 'Een Utrechtse fluitencollectie', Tijdschrift Oude Muziek, 2024/3, p. 10-11

Duurzaam webadres